Mgr. Edward Leys
Missiebisschop in Kivoe

Edward Leys zag te Brugge het levenslicht op 5 juli 1889. Hij liep humaniora in het Sint-Lodewijkscollege en trad in september 1908 in het noviciaat van de Witte Paters. Vandaar trok hij naar Carthago in Noord-Afrika, waar hij in juni 1914 tot priester gewijd werd.

Kort daarop brak de oorlog uit en Pater Leys werd legeraalmoezenier. Zijn voornaamste taak was de zielzorg over de brancardiers, onder wie nogal wel kloosterlingen waren. Na de oorlog werd Edward eerst leraar en weldra overste van het studiehuis van de Witte Paters te Boechout. Maar dat was het allemaal niet, wat de jonge pater zich van het leven had voorgesteld, zijn ideaal lag verder dan hier.

In 1927 werd zijn droom dan eindelijk verwezenlijkt: zijn oversten lieten hem naar Kiheta in Oeroendi vertrekken. Het was een missiegebied, waar reeds talrijke missionarissen uit onze streek hun zending volbracht hadden. Wij citeren voor de vuist weg: Mgr. Victor Roelens uit Ardooie, Mgr. August Huys en de paters Jules Watteyne, Gustaaf Van Acker uit Brugge, allen Witte Paters. Op tweede paasdag, 21 april 1930, werd Edward Leys in de kathedraal te Brugge door Mgr. Waffelaert tot bisschop gewijd.

Nu pas kon de wilskrachtige en kerngezonde man zich voorgoed aan zijn roeping wijden. Het werkterrein voor zijn apostolaat was Kivoe. Wat Mgr. Leys daar - samen met zijn paters en missiezusters - allemaal uit de grond gestampt heeft, is overweldigend. Daar hij zichzelf zelden rust verschafte, kon hij ook van zijn ondergeschikten het maximum eisen. De missieposten, kerken en scholen, de ziekenhuizen en dispensaria opsommen, die hij heeft laten optrekken, is onbegonnen werk en zou ons te ver leiden. Het was de gulden tijd van de missionering en in die gulden tijd stond Edward Leys daar als een monument van werkkracht. Dat zijn reuzenarbeid gewaardeerd werd, mag blijken uit het bezoek dat eerst Koning Albert en later de prinsen Leopold en Astrid aan vicariaat brachten. Vanzelfsprekend betekende de tweede wereldoorlog een lelijke streep door de plannen van de noeste Bruggeling.

In zijn niets-ontziende ijver had Edward nochtans zijn krachten overschat. Nadat hij de herhaalde waarschuwingen van zijn ondermijnd gestel in de wind had geslagen, moest hij met Kerstmis 1942 ernstig ziek te bed gaan liggen. Weliswaar beterde hij af en toe een weinig, maar tegen maagkanker - nog verergerd door ischias en flebitis - is geen kruid gewassen, zelfs niet voor de zoon van een hovenier. Op 10 augustus 1945 was het met Mgr. Edward Leys afgelopen.

(bewerkt door W. SEGERS en P. SEVERIJNS, artikel raadpleegbaar in Vlaamse Stam, jaargang 1971, p.85)

Deze informatie is vrij beschikbaar.
Nochtans zou ik het zeer op prijs stellen moesten aanvullingen mij kenbaar worden gemaakt.