Genealogisch Woordenboek

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

ecclesia kerk
ecclesiae van de kerk
ecclesiae denuntiatio kerkelijke huwelijksaankondiging
ecu schild, wapenschild, gouden kroon
ecuyer schilddrager
eius zijn, van hem
ejusdem van dezelfde (maand)
eodem anno in hetzelfde jaar
eodem die op dezelfde dag
eadem instantia met dezelfde aandrang
elftwinninghe leen waarvan de helft van de vruchten aan de leenheer, de andere helft aan de leenman toekwam
eodem morbo door dezelfde ziekte
eo quod temeer, omdat
episcopalis bisschoppelijk
episcopus bisschop
epithalamium huwelijkszang
erdinia Erkelenz
erfachtich erfachtig, volgens het erfelijk recht, erfelijk
erfachtigheid erfdeel aan vaste goederen
erfclage aanklacht met betrekking tot een onroerend goed
erfcommer erfelijke rente
erfcoren erfrente te voldoen in graan
erfcusten verbintenis op een erf gevestigd, ook custinge van erven
erfdeel wat iemand als zijn deel uit een nalatenschap toekomt of wat hij als zodanig ontvangt; bezit dat iemand door erfenis verkregen heeft of verwerft
erfdeling deling van een erfenis
erfdienstbaarheid dienstbaarheid die op een erf rust; erfdienstbaarheid is een last waarmede een erf bezwaard is, tot gebruik en ten nutte van een erf, het welk aan een andere eigenaar toebehoort
erfdrager iemand die het erf bezit, de naakte eigendom bezit tegenover de tochtenaar die de opbrengst geniet
erfedele degene die de waardigheid van eerste edele als erfelijk recht bekleedt
erfelijchede erfelijkheid
erfgerechtigde iemand die recht heeft in een nalatenschap
erfhavelijc goet aangeërfd roerend goed
erfhuus erfhuis, boelhuis, opengevallen boedel
erflaet erfelijk cijnsman
erflating het vermaken van enig bezit aan een bepaald erfgenaam
erfmagescheit toewijzing van erf aan de verschillende magen van dezelfde erflater; boedelscheiding met betrekking tot grondbezit
erfmombaer = erfmomboor voogd door erfrecht, krachtens bloedverwantschap tot de voogdij geroepen
erfrogge hoeveelheid rogge die jaarlijks als cijns of pacht moet worden uitgekeerd
erfschatter schatter van vaste goederen
erfscheder erfscheider, landmeter, rooimeter, grensbepaler, persoon die de grenzen van een grondbezit vaststelt
erfscheiding afpaling van vaste goederen; verdeling van een nalatenschap
erfscheitbrief akte over de verdeling van onroerend goed
erfschot erfelijke landrente aan de landheer verschuldigd
erfside de zijde waarvan een goed aangeërfd is
erfsoene een deel van de som die voor een vermoorde als zoengeld betaald wordt
erfstocgoet erfelijk familiegoed
erfstuk voorwerp van enige waarde, dat reeds meer dan één generatie familiebezit is
erfte geslacht
erftins erftijns, vaste uitkering uit een onroerend goed te betalen aan de eigenaar; het goed dat tegen zulk een uitkering wordt uitgegeven heet men erftingsgoet
erftocht erfelijk vruchtgebruik
erfvorewerde = erfvorewaerd erfelijke overeenkomst die niet ophoudt te werken met de dood der contracterende partijen
erfwagen het jaarlijks leveren van een bespannen wagen, als leenplicht
erfwech erfelijke toegang tot een omsloten stuk land
erfwinninge het verkrijgen van onroerend hofhorig goed
erfwissel ruiling van onroerend goed
erisipel ate door het St.-Antoniusvuur
erve vast goed in tegenstelling tot leengoed
erven ende onterven iemand de eigendom van iets toewijzen en een andere ervan vervallen verklaren
ervesetter wetgever
est (hij/zij) is
et en
etiam ook
e of ex uit
evene zwarte haver, ruwe haver, rouwe haver
evenen haver
evenmate maat voor haver en andere granen
evenrente, evenschult schuld of rente in haver uit te betalen
evenschoof haverschoof
evensester een bepaalde maat voor haver
e vivis excessit overleed
ex uit, kind van
examen onderzoek, verhoor, vooral de pijnbank
exatiën belastingen
excijsmeester ambtenaar belast met het innen der excisen
excisenaer = exsijsenaer pachter der accijsen
ex commissione pastoris in opdracht van de pastoor
excoriator leerlooier
ex debilitate senectus wegens seniliteit
ex eodem morbo tengevolge van dezelfde ziekte
exeuntium sacramentis munitus voorzien van de sacramenten der stervenden
ex hac misera vita decessit in Domino ging van dit droevige leven naar de Heer
ex hac vita ad aeternam transivit ging over van dit leven naar het eeuwige
exhaustus uitgeput
eximius ac doctissimus dominus de hoogachtbare en geleerde heer
ex longa infirmitate tengevolge van een lange ziekte
expiravit hij blies de laatste adem uit
ex tabe, ex tabbe door tering
extinctus overleden
extraneus vreemdeling
extrema unctio Heilig Oliesel
extremis praemunitus voorzien van de laatste sacramenten
extremis S.R.E. sacramentis refectus gesterkt door de laatste sacramenten van de H. Roomse Kerk
ex vulnere door een wond

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z